Correctie

Ik ben niet goed in fouten maken. Ik doe het niet graag, en bij reële dreiging vermijd ik de hele situatie. Mocht het onverhoopt en heel zelden toch gebeuren, dan put ik mij uit in excuses, en smeek ik om genade. In alle gevallen dat ik denk ook wel een beetje gelijk te hebben word ik boos. Waarschijnlijk vooral op mijzelf. Inmiddels is min of meer doorgedrongen dat falen een kwaliteit is die velen onder ons beheersen, en dat zij toch niet worden getroffen door de bliksem of naar een onbewoond eiland worden verbannen. Dus ook voor mij is er hoop, en zijn er vele tweede, derde en honderdste kansen.

Toch blijkt het moment van de verschrikkelijke waarheid nog steeds een dag-verpestende aangelegenheid te zijn. Of het nu is door ongezouten kritiek, of een voorzichtige opmerking over een mogelijk verschil van mening, blijkbaar blijft elke vorm van correctie een klap in het gezicht, een dolk in de rug of wat voor fysieke parallellen we hier ook voor kunnen bedenken.

Met dit gegeven in je achterhoofd kun je je voorstellen wat het met mij deed toen ik nietsvermoedend de wandelzone in fietste en daar een vrouw-met-pet ontmoette. Ik stapte af, uit eerbied voor het gezag dat ongetwijfeld een winkelroof aan het oplossen was. Dat zij mij een verklaring kwam vragen vond ik wat vreemd. Helaas had zij  mijn huisnummer niet nodig voor mijn getuigenis, maar voor de plek waar de bekeuring naar toe gestuurd kon worden.

‘Weet je waar je niet fietsen mag? En waarom fietste je toch?’

Keiharde correctie en geen enkel excuus. Hooguit stille irritatie en verdediging vanuit het leven naar de geest van de wet, en dat ik echt niemand van de sokken zou rijden. En dat ik hier vooral niet fietsen kon door die hordes ´blauw´ op straat…

Punt bleef: zij had gelijk, en ik had een fout gemaakt. Au. En alsof dat nog niet zeer genoeg deed, klopte ze mij ook nog 40 euro uit de zak. De juf zette mij in de hoek.

Het invullen van dat kleine gele papiertje duurde ongeveer de hele middag. Half Enschede liep net op dat moment langs. Ik probeerde luchtig te kijken, en stak woordeloos een sarcastisch verhaal tegen haar af. Of dit ook haar droombaan was. En of ze mijn andere fiets al teruggevonden had. En dat ik haar een naar mens vond. Gewoon, omdat zij daar stond en ik hier.

Na twee weken mokken kan ik eindelijk voorzichtig toegeven dat ik recht had op een (overigens wel veel te harde!) tik over de vingers. Dat zij mijn vijand niet was. Dat ik ook best naar haar had kunnen glimlachen.

Ik had een fout gemaakt. En ik kan toch nog steeds zonder schaamte over straat.

Mijn aardse boete zal ik voldoen. De hemelse is al verscheurd. En Jezus glimlacht vriendelijk.

 

Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.

Permanent link to this article: http://www.leeslinda.nl/?p=256

1 comment

    • Simon on 2 August 2012 at 14:13
    • Reply

    Ik stapte af, uit eerbied voor het gezag dat ongetwijfeld een winkelroof aan het oplossen was.
    Hilarische zin!!!

    Mooie column!

Leave a Reply

Your email address will not be published.