‘Ik wil een kind van je’ – over het waarom der dingen

Zijn zwoele woorden waaien op het ruisen van de golven mijn smeltende hartje binnen. In blinde verliefdheid nestel ik mij tegen hem aan, mijn ogen gesloten voor de drie liefdesbaby’s achter ons die zowel elkaar als de vakantiestemming voortdurend in elkaar timmeren.

Tijdens de vele mijmeringen op dit winderige eiland, vraag ik mij geregeld af: waarom krijgen we eigenlijk kinderen? Die levensvraag wordt overweldigend als ik de zin van álles opeens tegen het licht houd. Terug naar de kinderwens en ik kom niet verder dan een emotioneel, romantisch en zelfs geestelijk gevormd pleidooi. Dat iemand met mij een kind wilde krijgen en dus levenslang bij mij wilde blijven vond ik echt te gek. Dat er een kind in mij zou kunnen groeien dat ook nog een beetje op ons zou lijken, te bizar wonderlijk om niet mee te willen maken. En toch ook: omdat iedereen het doet, en het er zo hemels uitziet. Maar misschien wel vooral: omdat het kan, in ons geval vrij rap.

Simon daarentegen had veel pretentieuzere motieven, zegt hij nu: hij gunde de wereld nog meer Bruins Slot kanjers die zouden strijden voor de wereldvrede en redding van de aarde.

Beide redeneringen hebben geen rekening gehouden met de eindeloze periode tussen baring en redding.

Nog maar amper voet op eilandbodem had ik al bijna een vervroegde ticket terug geboekt. Na een paar levensgevaarlijke worstelingen op het autodek en pogingen tot vernieling van ons eigen exemplaar, was ik er al helemaal kaar mee. ‘Prima, dan gaan we gaan terug!’ riepen ze brutaal. Zucht.

Aangekomen bij ons heerlijke duinhuis werden de blije uitroepen overgeslagen en gingen ze linea recta door naar het vuurgevecht om het enige bed dat fijn slaapt en dat vooral níet naast hém staat! Als wij ons vernederen tot eenzelfde fysieke methode om een overwinning te behalen – een kansloze missie – wordt de ijdele hoop op een idyllische gezinsvakantie heel diep de bodem in geslagen.

Gelukkig waait op een eiland alles over. Tussen de buien door is het droog en soms zelfs zonnig. Genoeg ruimte om elkaar niet voortdurend tegen het lijf te lopen, en voldoende spring, zwem en zand activiteiten om overtollig energie tijdig kwijt te raken. En heerlijk bier. Op die hemelse Facebookmomenten prijs ik mij gelukkig met ons gezond en goed groeiend grut. Daartussen ook wel, hoor. Het lukt ons alleen niet om die concurrerende haantjes te verleiden tot meer barmhartigheid en minder op pijn beluste gedragingen. Machteloze woede in optima forma, zo wil ik mijzelf toch niet tegenkomen? Als dan zo’n blonde rakker voor me staat en zijn wenkbrauw een paar keer snel optrekt, wil ik echt niet lachen want het laatste woord is er nog niet over gezegd en van lachen krijg je rimpels zeggen ze recht in mijn gezicht. Toch gaat na een giechelbui de zon het snelst weer schijnen en doe ik net alsof het morgen beter gaat.

Stiekem benijd ik soms de mensen zonder kinderen, die al de argumenten voor nageslacht konden pareren met inzicht in gebrekkige opvoedkwaliteiten, zorg over overbevolking of die een ander doel in het leven hebben. Tegelijk voel ik heel mijn hart bij vlagen fikken van warmte voor die drie die bij ons horen, ons tergen, vermaken én onderwijzen.

En zo staan we dan aan de vloedlijn te zwijmelen en ik weet zeker dat ik het zo weer zou doen. Ook als ik het had geweten. Vraag me niet waarom…

En nee, Simon, nu niet meer. Drie is echt meer dan genoeg 😉

Permanent link to this article: http://www.leeslinda.nl/?p=1326

1 comment

  1. En deze eerlijkheid en openheid zorgt er voor dat de pijn/gemis die ik af en toe voel om het geen kinderen hebben, op een goede manier kan dragen. Mee genietend met jullie lief en leed van het wél kinderen hebben. Zo zijn het ook een beetje “mijn” kinderen #thankyouLordforthesepeople (je bent dus aardig bezig in de Geest 😉 ) Linda en groeten aan SImon en je jongens

Leave a Reply

Your email address will not be published.