De dag vóór de Muskathlon

Dit is het dan. Woensdag 17 mei. The day before the Muskathlon.

Eindeloos zijn we al op reis. In een totaal andere wereld, met een boel onbekende mensen die met de dag vertrouwder voelen. In een cultuur die maar op afstand blijft. Vreemde taal, vreemd eten, vreemde sluiers. Toeterende auto’s banen zich een weg in een regelloos verkeer. No claxon, no drive. Inmiddels weet ik dat ze niet toeteren naar m’n blonde haren en storten we ons in het gedruis in de hoop dat ze ons ontwijken.

Twee dagen geleden nog maar zat ik in een betonnen bouwval waar iemand het waagt geld te vragen voor twee kale kamertjes on the rooftop aan een Syrisch gezin met 6 kinderen.

Metalen pennen steken uit afbrokkelend beton. Kleden en kussens op de grond, en een TV, that’s it. Het kleine meisje Anna zwaait wild met armen en benen terwijl haar gegil aangeeft dat ze niet happy is. Praten kan ze niet, begrijpen evenmin. Letterlijk beschadigd tijdens haar geboorte langs de kant van de weg, op hun vlucht 2 jaar geleden. Haar moeder probeert haar te kalmeren, en ik zou weg willen lopen om haar ruimte te geven maar ik glimlach alleen maar machteloos.

Jesus loves you, zingen we voor Anna en het huilen wordt heel even vrolijk gillen.

Wat voor toekomst heeft Anna? En haar moeder? Ik probeer me in te leven maar het lukt me niet.

Aan Anna denk ik, en aan haar moeder, nu de dag van de Muskathlon bijna aanbreekt.

Ik denk aan Jacoub. De jongen van 12, met wie ik tikkertje heb gedaan zondag, en kruisje nulletje. Ik besef welke verantwoordelijkheid er al op zijn kleine schouders rust. Hoe snel hij al zal moeten werken in plaats van spelen. Hoe weinig hij überhaupt nog speelt. Ik kijk hem in zijn bruine ogen en zeg hem hoe groot hij is, en mooi, en dat hij zijn best moet doen en moet volhouden. Alsof ik tegen mijn eigen jongen praat, en dat raakt me tegelijk weer diep.

Hij blijft mij aankijken en luisteren en zegt op alles Yes. En ik hoop dat hij minstens 1 ding begrijpt van wat ik zeg.

Jacoub die eerst geen gebreide knuffel wil, maar net buiten het hek aan mij laat weten dat hij daar spijt van heeft. Als het mij niet meer lukt er één te bemachtigen slaat hij even zijn ogen neer, al zie ik aan zijn schouders dat hij probeert niet teleurgesteld te zijn.

Hij zwaait als hij wegloopt naar de tent die hij mij heeft aangewezen toen we samen boven aan de glijbaan stonden. Daarna waren we tegelijk naar beneden gegleden, big smile allebei en een high five om onze tijd samen te vieren.

Aan Jacoub denk ik en aan Anna en haar moeder. En de andere namen waardoor vluchtelingen gezichten krijgen.

Voor hén ren ik morgen. 2 uur en langer, in de Libanese zon en met stijgingen die een veelvoud zijn van de Hollandse molshoopjes die ik heb bedwongen.

Elke stap voor hen.

En voor Jezus. Redder in nood, hoop voor de volken, liefde himself.

Van mij mag die Muskathlon eindeloos duren. Maar oh wat een kick als ik de finish bereik!

 

Noot van de redactie: Linda start donderdagochtend om 6:00u lokale tijd.

Permanent link to this article: http://www.leeslinda.nl/?p=1311

Leave a Reply

Your email address will not be published.