Gevallen vrouw

Een kwartier geleden had ik nog neerbuigend geglimlacht om die hysterische oma. Zij maande mij om voorzichtig te fietsen, want het was zó glad! Ja, als je bang wordt ga je zeker vallen. Kijk voor je!

Met Kyan in de fietskar verlaat ik even later de school, om hem naar zijn oppas te brengen. Drie keer zeg ik hem dat hij niet zo moet gillen, omdat ik hem anders achterop de fiets zet. Dat is voldoende dreiging voor hem, zijn eerste ritje alleen in de aanhanger laat hij zich toch niet door de neus boren. Dus eindelijk kan ik ongestoord doorfietsen. Vijf minuten. Dan ligt er precies in de bocht een bevroren plasje, waar mijn voorband ging grip meer op heeft, zodat hij ter plekke horizontaal gaat. In totaal afhankelijke toestand rest mij niets anders dan mee te bewegen. Twee seconden later liggen mijn fiets en ik gezellig naast elkaar op het asfalt. Een blik op de fietskar stelt mij gerust, beide banden staan keurig rechtop. Kyan roept vrolijk: ‘AU! AU!’ en ik besef dat hij alles wat ik zeg kopieer. Ja vent, dat deed zeer, en dat heb ik blijkbaar hard genoeg geschreeuwd.

Mijn eerste reflex om naar huis te wandelen overwin ik. Op de stoep verzamel ik wat moed, en ontvang wat voorzichtig medeleven van een vrouw met hond. Als ik bejaard de straat oversteek om me te wagen aan de rest van de reis, kijk ik in de glimlachende ogen van een rollatorbezitter, die haar ochtendpauze doorbrengt op deze tweesplitsing. Ja, er gebeurt genoeg mevrouw. Blijf vooral zitten.

Zonder kind weer thuis, weet ik dat het dus de bedoeling is dat er hard gepoetst moet worden. Tijdens het toiletbezoek inspecteer ik de schade, in de hoop dat een verwrongen knie mij van alle werk zal ontslaan. Helaas is er slechts een klein streepje bloed, dat onder een pleister kan worden verstopt. Het valt me enigszins tegen dat mijn dramatische ongeluk niet meer zichtbare gevolgen heeft, waardoor ook anderen zich zullen uitputten in medelijden en zorg. Maar hoe ik ook probeer de bobbels eraan te kijken, ik kan niet anders constateren dan dat beide knieën er even vierkant uitzien.  Er ziet niets anders op dan mijn planning volgen, slingerende kinderbenen ontwijken, en hopen dat morgen de zwellingen en stijfheid totale bedrust zullen vereisen.

De volgende ochtend steek ik voorzichtig mijn gekwetste been uit bed, in de zekerheid dat ik slechts per brancard deze kamer zal kunnen verlaten. Maar nadat ik zelfs mijn sokken onder het bed vandaan heb kunnen vissen met slechts een enkel kreuntje, leg ik me erbij neer dat mijn afschuwelijke ongeluk slechts een sneue uitglijder was. Zo eentje die zelfs voorkomen had kunnen worden als ik mij iets had aangetrokken van  de vriendelijke aanwijzing van de lieve oma. En ik schud mijn hoofd om mij: eigenwijze, aandacht beluste drama-queen.

Dankbaar voor de lichte schade, en de ‘toevallige’ positie van Kyan in de stabiele fietskar, stort ik mij op mijn taken. Wie meent te staan, zie toe dat zij niet valle!

Permanent link to this article: http://www.leeslinda.nl/?p=112

Leave a Reply

Your email address will not be published.