Simpele hartenkreet

De daadkrachtige blik in de rouwende ogen van Joelia Navalnaja komt binnen. Kippenvel. En woede.

‘Heb jij ook de neiging om naar het Kremlin te gaan en iemand van zijn stoel te trekken? Of erger?’ Nee, die gedachte was nog niet bij hem opgekomen. Mijn wederhelft is wijzer dan ik. Of ik ben vooral nogal simpel. Liefst knal ik hem neer. Die dictator dus. Ik weet het, niet echt christelijk. Maar andere wapens heb ik ook niet.

Maar ja, wie ben ik. Er is zoveel dat ik wel wil maar niet kan. Asielzoekers in huis nemen of met eenzamen rondjes lopen door het park lukt al niet. Ik wil Hamas een lesje leren, Netanyahu op de trap zetten en alle Gazanen hun huis teruggeven. Ik wil van de daken schreeuwen dat het christendom niet zomaar een religie is, maar een manier van leven die de wereld totaal zou kunnen veranderen: niet nemen maar geven, geen wraak maar vergeving, geen corruptie maar recht. Ik wil mijn kast netjes houden en een hond nemen.

Niets van dit alles kan ik. Ik heb er de gaven en de energie en de moed niet voor. Zo frustrerend. En ik ben niet depressief, maar enigszins verlammend is het wel. Wat helpt het hen als ik elke avond zit te janken bij het journaal. Op mijn bank. Met een kopje thee. En zeur over teveel prikkels of te weinig hersens of geld of wanneer de school weer begint.

Bij mij kan het er niet in dat er niemand is met iets meer macht en kracht dan ik die een stokje steekt voor de misdaden van dictators. Handen schudden en praten kunnen ze zeker ook beter dan ik, maar voorlopig heeft dat nog geen einde gemaakt aan wegterende gevangenen. Want iedereen had toch zijn kansberekening gedaan over de uitkomst die dit weekend werkelijkheid werd? Wat denk je dat er gebeurt met een gevangene in een strafkamp in Siberië? Laat staan als die gevangene vele aanhangers heeft die zo vurig hoopten dat er misschien nu dan toch een einde zou komen aan dit moordregime?

Waar was de afschuw over zijn gevangenschap, en waar is de afschuw over al die ‘Navalny’s’ die nog steeds wegteren in strafkampen  in Rusland, Eritrea, Noord Korea, om maar een paar ‘niet geschikte vakantielanden’ te noemen? Al die van vrijheid beroofden, onderdrukten en ontheemden hebben toch geen boodschap aan onze angst voor de gevolgen, of aan onze belangen.

‘Dit kan niet,’ sprak een door mij gerespecteerd politicus gister in een talkshow, naar aanleiding van de oorlogachtige rellen in Den Haag. ‘Als ik zoiets had gedaan mocht ik hopen dat ik werd opgepakt, want als ik naar huis moest…’ We konden zijn punt wel raden. En hij had gelijk. Maar hij is goddank niet in Eritrea geboren. Hij hoeft niet te vechten voor zijn leven, voor zijn land, voor zijn familie. ‘Stuur ze terug’, is ook zo’n kortzichtige en populistische reactie, nog simpeler dan mijn reflex. Nee, het kan inderdaad niet wat ze hebben gedaan. Maar hebben we enig idee hoe hun leven er daar uitziet? Arjen Lubach kon het ook nog niet helemaal duiden en toch weten we door zijn korte uiteenzetting een klein beetje wat deze mensen drijft. Ze zijn hier niet voor hun zweetvoeten.

Wie kan deze despoten stoppen? Wie wandelt samen met die dappere Joelia naar het internationaal strafhof, haalt een arrestatie bevel en rukt met alle commando’s, ME, Special Forces of wat dan ook, Ray en Dai voorop natuurlijk, op naar dat Kremlin? En dan door.

Ik ben hier te simpel voor, ik weet het. Zo werkt het niet. Het is te groot, te ingewikkeld, te gevaarlijk. En het slaat me neer. Wat kan ik doen?  Nou, allereerst boodschappen halen voor een zwemuitje met een groep vriendinnen en onze puberbende. Omdat het kan. Omdat het moet. Want er is nog nooit iemand bevrijd of opgepakt door mijn hulpeloze gejank.

Het enige wat ik wel kan is erover schrijven. Waarvan akte.

Permanent link to this article: http://www.leeslinda.nl/?p=1827

Wanneer word jíj 50?

Ik neem aan dat deze vraag puur en alleen (en nergens anders) op gebaseerd is dan op de aanwezigheid van Abraham aan mijn zijde. Abraham heeft een Sara nodig. Dus hup, wanneer komt ze?

Óf … de botte bezoeker probeerde eigenlijk gewoon beleefd een praatje aan te knopen en had niets anders in de aanbieding. Óf hij had werkelijk geen idee van zowel de onnozelheid als de gevoeligheid van deze kwestie… Ik probeer nog een spoor van ongeloof te ontdekken in zijn vraag, maar tevergeefs. Dus wrijf ik mijn geringe rimpeltjes glad, leg mijn vingers subtiel tegen mijn onderkin en trek mijn belly nog een beetje verder in. Wat niet lukt. Jaja, morgen ga ik weer rennen en zwemmen en geen taart eten. Het frivole knotje op mijn hoofd voelt opeens als een sneue denial-dot.

Die 50 is afgelopen weekend toch een stukje dichterbij gekomen dan ik wenste. Mijn bejaarde wederhelft heb ik een jaar lang uitbundig bemoedigd over zijn toenemende en aantrekkelijke grijsheid met bijbehorende wijsheid. Dit alles geldt omgekeerd evenredig voor mijn eigen klimmen der jaren. Grijze baard wordt niet gewaardeerd, en de enkele overgeblevenen hersencellen – die niet zijn weg geperst – kunnen alle data nauwelijks nog aan. Alles wordt minder, behalve daar waar je dat zo graag had gezien…

Wanneer word jij 50?

Nou, ik heb het geluk dat ik nog even tijd heb voor de mentale voorbereiding.

Nee. Allemaal onzin wat hierboven staat. Stiekem wel waar, maar hoe betrekkelijk.

Ik heb geluk als ik 50 mág worden! Twee vrouwen – bekenden van bekenden – hebben deze week de 50 niet gehaald, door die K-ziekte. Wat een drama voor iedereen die hen liefhad. Te vroeg. Te zwaar. Geen persoonlijk verdriet voor mij. Wel het pijnlijke besef dat het leven eindig is, en gevierd moet worden. Met vlag en rimpel. Vanuit dat besef blijf ik mijn rondjes rennen, in blije gezondheid, en kijk ik ernaar uit om – ooit –  50 te worden. En 60. En 70. Als het mag.

Met een fier knotje op m’n kop als het moet.

Permanent link to this article: http://www.leeslinda.nl/?p=1800